Saint Nicolas (opus 42)

Heeft dit iets te maken met onze Goedheiligman? Nou, een beetje.
De Nicolas in deze cantate kwam niet uit Spanje, maar uit Patara in Turkije. Wel was hij een kindervriend en kwam op voor de armen en verdrukten. Veel later heeft de Angelsaksische wereld hem omgetoverd tot Santa Claus. In onze Lage Landen ging hij een eigen (eeuwig) leven leiden als Sinterklaas.

Benjamin Britten (1913-1976) was in vele opzichten een buitenbeentje. Zo schreef de beroemde romanschrijver E.M. Foster: “Britten behaalt triomfen buiten de regels van de kunst om.” Inderdaad, hij deed niet mee aan modieuze stromingen maar volgde zijn eigen weg: het componeren van begrijpelijke muziek (soms speciaal bedoeld voor amateurs) en het kiezen van onderwerpen zoals underdogs (de opera Albert Herring) en het pacifisme (het War Requiem). Hij wilde zijn muziek toegankelijk maken voor velen en ook voor kinderen. In zijn jonge jaren zagen critici hem niet voor vol aan. Britten trok zich dat aan en leed ook overigens onder de toen heersende politieke, maatschappelijke en morele tendensen en onder eigen innerlijke strijd. Op de leeftijd van 26 vertrok Britten voor enkele jaren naar de Verenigde Staten en Canada, waar hij ook de band bezegelde met zijn levenspartner, de tenor Peter Pears.

De Saint Nicolas Cantata schreef Benjamin Britten in 1948 voor het lustrum van het Lancing College in Sussex (de vroegere middelbare school van Pears). Hij hield rekening met de uitvoeringsmogelijkheden ter plaatse, hetgeen resulteerde in een ensemble van gemengd koor en enkele jongens-stemmen, met een hoofdrol voor de tenor-solist en begeleiding van strijkers, piano, orgel en slagwerk.

Voor het schrijven van de tekst werd een beroep gedaan op Eric Crozier. Na bestudering van leven en heldendaden van de Heilige Nicolaas, besloot hij, daar een schepje bovenop te doen, ter wille van de dramatiek. Dat heeft Britten aangegrepen voor het componeren van gedurfde contrasten en opvallende effecten.

I. Introduction. Het koor heeft de rol van mensen uit onze tijd, die bidden tot de Nicolas van eeuwen geleden, hem vragende zich kenbaar te maken. Het wonder geschiedt en de heilige richt het woord tot het koor “over de geweldige afstand van zestien honderd jaren heen”.

II. The Birth of Nicolas. Dan volgen de wonderen elkaar snel op. Meteen na zijn geboorte (rond het jaar 270) roept Nicolas bij het verlaten van de moederschoot: “Gode zij geloofd!” Die woorden worden gezongen (en steeds herhaald) door een jongens-sopraan. Het kind groeit snel en voorspoedig, zodat al ras zijn partij kan worden overgenomen door de volwassen tenor-stem.

III. Nicolas Devotes Himself to God. Nu is Nicolas alleen aan het woord. Hij vertelt over de dood van zijn ouders en beklaagt zich daarna over de slechtheid van de mensen. Hij besluit, zijn leven voortaan geheel in dienst van God te stellen.

IV. He Journeys to Palestine. Per schip gaat Nicolas op reis naar het Beloofde Land. Het schip wordt getroffen door een heftige storm, wellicht als straf voor de matrozen, die de spot dreven met de devote heilige aan boord. De zeelieden raken in paniek, maar Nicolas roept ze bij elkaar om te bidden en de storm gaat liggen.

V. Nicolas Comes to Myra and is Chosen Bishop. Bij terugkomst naar zijn geboortestad kiest het volk Nicolas tot bisschop van het land Myra en vraagt hem, het geloof te beschermen en de vijand te verslaan. Dat belooft hij en dit deel sluit af met een koraal-achtige hymne.

VI. Nicolas from Prison. Rond het jaar 310 wordt Nicolas tijdens een bezetting enige tijd gevangen gezet. Na zijn vrijlating bezweert hij de mensheid, niet te volharden in goddeloosheid, maar terug te keren tot het geloof.

VII. Nicolas and the Pickled Boys. Nu gaat het over de huiveringwekkende legende van het ingemaakte mensenvlees. Een stel losbandige reizigers biedt Nicolas wat van hun maaltijd aan. Hij weigert omdat hij beseft dat zij het ingemaakte vlees eten van drie vermoorde jongetjes. De onverlaten worden door Nicolas op hun nummer gezet door zijn volgende wonder: hij wekt de drie kinderen op uit de dood, noemt hun namen (Timothy, Mark en John) en zegt ze hun kleding van gestroopte huid weer aan te trekken. Dat doende zingen de kinderen Alleluia!

VIII. His Piety and Marvellous Works. In een naar verhouding eenvoudig lied bezingt het koor de vele goede daden van Nicolas.

IX. The Death of Nicolas. De heilige voorspelt zijn eigen dood en bezingt die met aanvaarding, verlangen en vreugde. Het koor valt hem bij met het zingen van het Nunc dimittis. Na de laatste stervenswoorden van Nicolas volgt een energiek instrumentaal tussenspel, waarna het koor afsluit met een slotkoraal.

Max van Egmond
(literatuur: Grove Dictionary of Music, Wikipedia en Benjamin Britten in zijn voorwoord tot de cantate)

1 reactie op “Saint Nicolas (opus 42)

  1. Pingback: St. Nicolas van Benjamin Britten | Westerkerkkoor