Viola de Hoog

Viola de Hoog is een veelzijdig musicus.

Haar internationale carrière speelt zich af in de wereld van de oude muziek, maar ook reisde zij gedurende 20 jaar over de hele wereld als celliste van het vermaarde Nederlandse Schönberg Kwartet.

Viola de Hoog is solo celliste van de Nieuwe Philharmonie Utrecht en The King’s Consort en lid van het Narratio Kwartet en Ensemble Schönbrunn. Het repertoire van haar kamermuziek ensembles Schönberg Kwartet en Ensemble Schönbrunn reikt van de 17de tot de 21ste eeuw. De discografie van beide groepen is indrukwekkend en omvat in totaal een vijftigtal Cd’s

Viola de Hoog speelde de zes cellosuites van Bach o.a. in Japan, Amsterdam en Parijs.Haar recente opname van de Cellosuites van Bach (Vivat 107) werd internationaal unaniem met groot enthousiasme ontvangen. BBC Music Magazine onderscheidde de CD met twee maal 5 sterren.

Als docente barokcello en kamermuziek is zij verbonden aan de conservatoria van Amsterdam, Utrecht en Bremen.

Viola de Hoog bespeelt een bijzondere cello gebouwd door Giovanni Battista Guadagnini, Milano ca.1750, haar ter beschikking gesteld door het ‘Nationaal Muziekinstrumenten Fonds’ in Amsterdam. Meer informatie op www.violadehoog.com

Wim Dijkstra

Wim Dijkstra studeerde orgel en kerkmuziek aan het Sweelinck Conservatorium bij Hans van Nieuwkoop en koordirectie aan het Rotterdams Conservatorium bij Barend Schuurman. Als organist van de Grote of Sint Nicolaaskerk te Monnickendam is hij de vaste bespeler van het monumentale Gerstenhauerorgel (1780). In 2004 nam hij samen met Maria van Nieukerken, dirigent van kamerkoor PA’dam, het initiatief tot een serie concerten onder de naam Bach in Monnickendam. Tijdens deze concerten klinken cantates, missen, kamermuziek en orgelmuziek van Johann Sebastian Bach en vele andere componisten. Wim Dijkstra heeft een uitgebreide concertpraktijk als solist, continuospeler en begeleider. Hij maakte cd opnames van het gehele Wohltemperierte Klavier van Bach op het Garrelsorgel (1742) van de Nicolaaskerk in Purmerend en het Müllerorgel (1734) van de Waalse Kerk in Amsterdam. Hij is werkzaam als koordirigent in Haarlem, Leiden en Onderdijk. Hij dirigeerde onder meer verschillende opera’s in de Leidse Schouwburg en de Stadsschouwburg in Haarlem. Meer informatie op www.wimdijkstra.nl

Ingeborg Bröcheler

UTF-8''Ingeborg%20Br%C3%B6cheler%20%28640x428%29De Nederlandse alt Ingeborg Bröcheler studeerde aan de Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunst Akademie voordat ze zich toelegde op klassiek zang. Haar muziekopleiding volgde ze aan de Schumann Akademie, bij Jaap Smit. Op dit moment studeert ze bij Paula de Wit en Rosemary Joshua.

Als soliste was Ingeborg onder meer te horen in werk van Bach (Matthäus Passion, Johannes Passion, Weihnachtsoratorium, div. cantates), Pergolesi (Stabat Mater), Fux (Kaiserrequiem), Haydn (Missa in Angustiis), Mozart (Requiem, Vespers), Rossini (Petite Messe Solennelle) en Brahms (Altrhapsodie). Ze bracht liederen van Schumann (Frauenliebe und Leben), Elgar (Sea Pictures), Wagner (Wesendonck Lieder; bewerkte Henze-orkestratie) en Britten (A Charm of Lullabies, Muziekgebouw aan ‘t IJ). Onder leiding van Kenneth Montgomery vertolkte ze ‘Bradamante’ in Händels ‘Alcina’ (productie DNOA). Ze maakte deel uit van het talentprogramma van De Nationale Opera, en was te beluisteren in ‘Ariodante’ (Händel; productie DNO, co-productie Festival d’Aix-en-Provence; regie Richard Jones, Andrea Marcon/Concerto Köln; talentcover ‘Polinesso’). Dit voorjaar zal ze ‘Third Witch’ vertolken in ‘Theatre of the World’ (Louis Andriessen; productie DNO i.s.m. Holland Festival; regie Pierre Audi, Los Angeles Philharmonic (voorstellingen USA) / Asko Schönberg Ensemble (voorstellingen NL) o.l.v. Reinbert de Leeuw; wereldpremière 6/5/16 Walt Disney Concert Hall, Los Angeles).

Op de hoogte blijven? Zie www.ingeborgbrocheler.com en volg @Ingeborg_alt op Twitter!

Het Requiem van Duruflé

Maurice Duruflé (1902-1986) was een Franse organist en componist. Op tienjarige leeftijd viel hij op als jongenssopraan en was hij veelbelovend op de piano. Aansluitend was hij een uitstekende leerling in theorie en compositie. Zijn oeuvre is klein want Duruflé was erg zelfkritisch. Hij trouwde met de organiste Marie-Madeleine Chevalier en in de jaren zestig van de vorige eeuw maakte het echtpaar samen twee concerttournees door de Verenigde Staten. Duruflé was bevriend met de componist Poulenc en hij speelde de première van diens orgelconcert, nadat hij de componist had geholpen met het noteren van registraties in de partituur. In 1975 had Duruflé een ernstig auto-ongeluk, waardoor hij de laatste elf jaren van zijn leven niet meer kon spelen.

Het Requiem van Duruflé heeft opusnummer 9 en hij schreef het “à la mémoire de mon père”, in nagedachtenis van zijn vader. Zijn inspiratie putte hij uit de gregoriaanse dodenmis en hij nam een voorbeeld aan het Requiem van Fauré. Beide componisten hielden niet van een bombastisch requiem vol drama en geweld. Fauré liet daarom het Dies Irae helemaal weg. Duruflé deed dat niet, maar zijn Requiem ademt meer grandeur dan verschrikking. Het werk speelt zich vaak af in lyrische halftinten en toont slechts enkele momenten van expansie, b.v. in het Kyrie, Libera me, Hosanna en Dies Irae.

Naast de oorspronkelijke uitgave met orkest, maakte Duruflé een versie met alleen orgel en cello. De vier koorstemmen worden bij toerbeurt gesplitst, zodat soms sprake is van een zevenstemmig koor. Net als Fauré voorziet Duruflé in twee solostemmen – mezzosopraan en bariton – die, in lijn met het hele werk, meestal lyrisch en intiem zingen en slechts een enkele keer een licht dramatisch moment in de hogere regionen vertonen.

Max van Egmond