Handel en Bach

Hoewel het Westerkerkkoor verknocht is aan Bach, komt er terecht wel eens iets anders op de lessenaars. Vandaag is dat Handel. Afgezien van het geboortejaar van Bach en Handel – voor beiden 1685 – is er weinig overeenkomst tussen de twee grootheden uit de barok. Of het moest zijn het gedeelde lot van een tragische dood, voor beiden door mislukte oogoperaties.

Bach was geen ‘man van de wereld’. Hij reisde zelden ver van zijn eigen regio en leefde betrekkelijk eenvoudig, veelal als kerkmusicus. Hij trouwde twee maal en was huisvader van vele kinderen. Onder zijn tijdgenoten zagen alleen de echte kenners hoe groot Bachs genie was. De massa volstond met hem te respecteren en vergat hem snel na zijn dood.
Handel, wiens geboorteplaats niet ver was van die van Bach, reisde uitvoerig, zowel in Duitsland als naar Italië en Engeland. Hij was een verstokte vrijgezel en had een sterrenstatus, compleet met fanclubs en al. Soms leidde dat tot taferelen als bij tegenwoordige sporthelden, maar ook ging hij door dalen van gebrek en eenzaamheid, als zijn stijl tijdelijk uit de gratie raakte. Geleidelijk slaagde hij er in als Engels staatsburger erkend te worden, waarbij de Umlaut uit zijn naam moest sneuvelen. Ten slotte kreeg hij in Londen een staatsbegrafenis en zijn werken bleven populair.
Voor Bach daarentegen duurde het tot de twintigste eeuw totdat zijn bekendheid een “inhaalslag” had gemaakt. Handel was al geliefd om zijn meeslepende en in het gehoor liggende melodieën. Bach ondervond groeiende bewondering met zijn nooit geëvenaarde klank-architecturen.
In de tweede helft van zijn leven, na vele Italiaanse opera’s en wereldlijke cantates geschreven te hebben, is Handel zich gaan toeleggen op het scheppen van oratoria in de Engelse taal. Daardoor werd ook het kooraandeel in zijn werken belangrijker. In 1741 presenteerde de tekstschrijver Charles Jennens aan Handel het ontwerp voor het Bijbelse oratorium Messiah. Sommige historici zeggen dat eigenlijk Jennens’ secretaris, Pooley, de tekst heeft samengesteld, terwijl zijn werkgever met de eer ging strijken.

In tegenstelling tot passionen en kerstcantates doorloopt Messiah het hele kerkelijke jaar. Toch is de traditie gegroeid om dit werk vooral met Kerstmis uit te voeren, hoewel Handel het in april 1742 ten doop hield. Die première vond plaats in Dublin, waar Handel negen maanden de gast was van de Gouverneur van Ierland. Handel had die uitnodiging grif aangenomen, omdat in Londen zijn populariteit in een dip zat. Ook vonden de kerkelijke autoriteiten in Engeland dat een Bijbels oratorium niet buiten een kerk mocht klinken. Sommigen spraken van heiligschennis en noemden Handel een ketter.
In Dublin evenwel was het succes enorm. Het publiek was zo talrijk (in de middelgrote concertzaal in Fishamble Street) dat de dames werd verzocht geen hoepelrokken te dragen en de heren zonder degen te verschijnen, zodat er meer mensen naar binnen konden. Jaren later werd Messiah ook in Londen toch nog een succes, met name door het enthousiasme van de Koning, die lak had aan de bedenkingen van de geestelijkheid.

In Engels sprekende landen is Messiah altijd populair gebleven. De Verenigde Staten beleefden in 1857 uitvoeringen met honderden zangers. In onze tijd heeft de tendens tot kleinschalige bezettingen ingang gevonden, zoals bij de meeste werken uit de Barok.

Max van Egmond.

Joost van Velzen

Joost van Velzen is een zeer breed georiënteerde zanger. Hij heeft een klassieke achtergrond en zijn interesse ligt met name bij het muziektheater.

Al vroeg raakte Joost gefascineerd door muziek. In zijn kindertijd werd er thuis vaak jazzmuziek gedraaid en zong hij mee met Duke Ellington, Ella Fitzgerald, Count Basie en Sarah Vaughn. Daarnaast leerde hij klarinet, orgel en keyboard spelen. Op de middelbare school volgde een kennismaking met de klassieke muziek. Dankzij een enthousiaste muziekdocent kwam een breed repertoire aan bod: van Bach, Vivaldi en Monteverdi tot grote werken als Carmina Burana, de Bolero van Ravel, West Side Story en Carmen.

Pas na een studie farmacie aan de universiteit durfde Joost eindelijk toe te geven aan zijn grootste passie: zingen. Hij volgde de klassieke zangopleiding aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en raakte al snel verknocht aan de oude muziek en het liedrepertoire. Met de vertolking van enkele rollen bij de Dutch National Opera Academy maakte hij bovendien kennis met het muziektheater. De combinatie van oude muziek en het theater, in het bijzonder van componisten als Purcell, Monteverdi en Händel, leidde tot een eerste specialisatie.

Maar Joost wilde meer. Zijn zoektocht naar alle registers van de tenorstem en naar de technische vaardigheden voor het 19e-eeuwse operarepertoire leidde hem naar de Amerikaanse heldentenor Dennis Heath in München en naar de IJslandse tenor Jón Thorsteinsson, door wie hij momenteel wordt gecoacht.

Joost wisselt stijlen graag af: hij zong de rol van Jason in de hedendaagse opera Kinderen van Medea van Warner van Es (2009) en aansluitend in King Arthur van Henry Purcell (1691). Met Barokopera Amsterdam maakte hij een tournee door binnen- en buitenland met de voorstelling “Purcell Gala”. Joost maakt deel uit van The Restoration Company, een internationaal ensemble dat zich tot doel stelt de engelse muziek uit de restauratieperiode nieuw leven in te blazen, en hij verleent medewerking aan Cappella Amsterdam bij het uitvoeren van moderne opera waaronder Sonntag aus Licht van Stockhausen en Dionysos van Rihm.